Discussie
Op deze pagina discussie en nieuws van en voor ouders.
Wilt u reageren? schrijf naar: oudervereniging@hml.nl
16 april 2008
Verslag van de workshop ‘Montessori-leren, hoe scoor je dat’
In het voortgezet onderwijs wordt de kwaliteit van een school afgemeten aan leerresultaten. Wat is de gemiddelde eindexamenscore, hoeveel procent geslaagd/gezakt, hoeveel % is in een keer doorgestroomd naar eindexamen etc.
Het doel van een Montessorischool is breder. Die wil dat leerlingen zich ontwikkelen tot onafhankelijke persoonlijkheden en leren op verantwoorde wijze een maatschappelijke rol te vervullen.
Dat is mooi gezegd, maar is dat ook op een of andere manier aan te tonen, zichtbaar te maken?
Dat was de vraag waar op 16 april op de feestelijke avond ter ere van 100 jaar Montessori zo’ n 40 ouders in groepjes van 4 hun een half uur lang hun hoofd over braken.
Uit de zes essentiele karakteristieken die als uitgangspunt voor discussie aan de 10 groepjes waren meegegeven kozen de ouders vooral de volgende karakteristieken:
- Sociaal leren. Dit was duidelijk het meest herkenbaar
- Hoofd Hart Handen, de verbinding
Aan de hand van een mindmapping-oefening probeerden de groepjes met wisselend succes in kaart te brengen hoe nu deze karakteristiek van een Montessori school meetbaar gemaakt zou kunnen worden.
Ruwweg kon je de uitkomsten verdelen in twee categorieen:
- De ouders, die het sociaal leren, of het HHH aan de hand van een specifieke activiteit probeerden zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld door debating op school als een belangrijke exponent te zien van sociaal leren en de kwaliteit van het debat dus als een zichtbare exponent van sociaal leren te nemen. Of de maatschappelijke stage als een exponent te zien van sociaal leren of meer algemener gezamenlijke projecten. Of door de leerlingen in kaart te brengen die anderen (bij)les geven of coachen.
- De ouders die niet zozeer een exponent van het sociaal leren of HHH kozen maar meer keken naar instrumenten, die in organisaties worden gebruikt om medewerkers te beoordelen. Zoals 360 graden feedback (op rol en proces). Of het inzetten van een instrument als zelfreflectie en reflectie van medeleerlingen zoals gebruikelijk in competentiegericht onderwijs. Een speciale variant in deze categorie waren de ouders die voor het beoordelen van de karakteristieken bijv. in kaart wilden brengen wat oud-leerlingen 1 jaar na het verlaten van de school doen (een andere groep wilde na 10 jaar meten). Geinspireerd door de ervaring dat Montessori leerlingen minder problemen schijnen te hebben in HBO of universitair onderwijs dan leerlingen van andere scholen. Een andere groep wilde de variatie van projecten als maatstaf nemen. Dat er onder de aanwezigen ook het nodige onderzoekservaring aanwezig was bleek wel uit het feit dat velen het belang van nulmetingen in dit soort zaken onderstreepten. Je moet het ergens mee vergelijken.
Wat vooral in deze workshop zichtbaar werd is dat het Montessorigehalte van de school voor velen een bijzonder moeilijk grijpbaar begrip is en dat men er wel een gevoel bij heeft maar dat het daar toch veelal bij blijft. Een nadere precisering zou -gemeten met behulp van indicatoren of anderszins- een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een goede relatie tussen school en ouders. Ouders krijgen zicht op hoe goed de school er in slaagt om de doelen te realiseren en de school heeft een middel om haar toegevoegde waarde zichtbaar te maken.
Slotnoot: Er is al vergelijkend onderzoek tussen scholen. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat het HML meer dan gemiddeld scoort als het gaat om debating en journalistieke/creatieve prestaties (de uitgifte van het blad de HAMEL)
Andre Engelbertink
10 januari 2008
Vrijheid in gebondenheid
Beste Corrien,
Wat een prikkelend stukje schreef je in de nieuwsbrief, die ik bij de ’kerstpost’ vond. Meteen maar even een reactie uit de heup, voordat dit belandt op de stapel “nog te doen”.
Ja, vrijheid in gebondenheid, daar gaat het om. In het montessori-onderwijs, en om het meteen maar breed te trekken, in de maatschappij. En ook om het juiste evenwicht tussen vrijheid en gebondenheid. Maar waar ligt dat evenwicht?
Wat mij van mijn eigen montessori-tijd zo is bijgebleven is het adagium “niet storen”. Ik hoor het de ‘juffies’ op de eerste Nederlandse montessorischool aan de Laan van Poot nog zeggen : “niet storen!”. Je mag op de grond op kleedjes liggen, je mag allerhande zelf verzonnen werkjes doen, met elkaar praten tijdens de les, naar de wc wanneer je moet, maar………niet storen. Je kunt je allerlei vrijheden permitteren, en die tolereren we van elkaar, zolang het niet de vrijheid van een ander inperkt.
Is alleen dát de grens, de vrijheid van de ander, of is er meer? Het zijn van een plek waar een kind zich veilig voelt, is er nog zo één. Behalve de fysieke en sociale veiligheid is dat voor mij ook het montessori-beginsel “fouten maken mag”. Ook een beginsel dat mij als mens enorm heeft gevormd. En tenslotte, het is nu eenmaal niet helemaal vrijblijvend, die schooltijd. Er is de leerplicht en meestal bij ouders en kinderen de wens om er iets van te maken. Een school zou ook een omgeving moeten zijn die kinderen (en medewerkers) stimuleert om hun capaciteiten te ontdekken en optimaal te ontplooien. Ik geloof dat het die drie elementen zijn – Niet Storen, Veilige en Stimulerende omgeving, die voor mij de gebondenheid vormen die de vrijheid in evenwicht zouden moeten houden.
Als je dat toepast op de ‘andere wind’ die je in je stukje benoemt, dan ben ik wel blij met dit weertype. Prachtige, ruime lokalen. Je hebt zelf je boeken en schriften bij je en hoeft anderen dus niet te storen, je etensresten laat je niet slingeren, je brengt geleende materialen op tijd terug zodat anderen er niet tevergeefs op wachten, het is lekker ruim in het studiecentrum en niet vol met jassen en tassen, het lijken mij allemaal verkeersregels die het leven per saldo aangenamer maken. Leerlingen werken er aan interessante taken en projecten, en leren er samen en naar hun eigen capaciteiten. De omgeving is zodanig dat het meeste werk op school gedaan kan worden. Je kunt je concentreren in de klas, ook omdat de deur niet 30 keer per uur opengaat. Het derde uur mag én moet je kiezen. Dat is niet vrijblijvend, maar wel vrij.
Hier past wel de nuancering dat ik niet uit het ‘oude klimaat’ kwam. (Nou ja, wel uit de ijstijd, ik zat van 1974 - 1980 op het HML). Nu ben ik moeder van een leerling uit de 1e. Ik weet dus niet hoe heerlijk die wind, of windstilte, aanvoelde, die aan deze periode vooraf ging, en ik hoef dus niet te wennen aan de verandering. Maar als je mij vraagt: wil je daarheen, naar die plek met zo’n klimaat, dan zeg ik volmondig ja. Juist dit klimaat is voor mij een reden om deze school van harte bij andere kinderen en ouders aan te bevelen.
Jacqueline Spierdijk
5 januari 2008
Reactie op: Montessori-onderwijs, hoe ziet dat eruit?
Enthousiast begon ik te lezen aan de laatste nieuwsbrief van school. Ik ben ouder van een brugklasser dus ben blij met elk bericht van school en ouder van een brugklasser die het enorm naar zijn zin heeft! Maar goed toen las ik het stukje van de oudervereniging ook daar begon ik te lezen en toen ik bij het stukje kwam “maar er waait nu een andere wind!” begon het te kriebelen. Ik ben juist erg blij met deze nieuwe wind, regels en duidelijk is iets wat de meeste pubers nodig hebben mijns inziens. In het stukje wordt het afgeschilderd als een soort strafkamp en dat is volgens mij niet het geval (althans als ik de verhalen van mijn zoon hoor). Dus ik ben het niet eens met uw visie maar daarom ook deze reactie. Verder wil ik als ouder ook nog reageren op de maatschappelijke stage die men wil koppelen aan het buitenland. Onlangs las ik ergens dat je zo´n stage mogelijk nog beter kan volgen in Den Haag zelf. Wat dacht je van stage lopen in de Schilderswijk, waar het barst van de culturen. Genoeg maatschappelijke stages te lopen!! Laat leerlingen daar mee mee in aanraking komen!!
Nelleke den Herder
December 2007
Montessori-onderwijs: hoe ziet dat eruit?
De uitspraken van Maria Montessori “Help mij het zelf te doen” en “Vrijheid in gebondenheid” bevatten de kern van het Montessori-onderwijs. Over beide uitspraken wil ik het een en ander kwijt.
“Help mij het zelf te doen”
Toen ik een jaar of 15 geleden op zoek ging naar een geschikte basisschool voor mijn kind, hoorde ik deze uitspraak voor het eerst en was meteen verkocht: dat past bij mij en daarmee natuurlijk ook bij mijn kind. De schoolkeuze was snel gemaakt.
Na de kleuterperiode begon het échte werk in groep 3: ons kind ging leren lezen! We raakten bekend met het begrip AVI en begrepen dat de norm was dat er per jaar 3 AVI- niveaus bereikt werden.
Aan het eind van groep 3 meldde de docent enthousiast: het gaat allemaal goed komen, hij zit bijna in AVI-1! Dat was even slikken! Hij kan nog helemaal niet lezen! Spookbeelden over zijn verstandelijke (on)vermogens doemden op.
Jaren zijn we bezig geweest om hem te helpen zelf te leren lezen.
In groep 7 is besloten om hem nog een jaar in deze groep te houden: zijn leesvaardigheid liep ver achter bij wat er van een 7e groeper verwacht mocht worden. Maar daarna zag hij het licht en spoot vooruit.
In groep 8 kreeg onze zoon zelfs een VWO-advies en koos hij (en wij) voor het HML: hij was geholpen maar had het wél zelf gedaan. Montessori: dat werkt!
Op het HML is het overwegend zelf doen: hij plant zelf, hij leert zelf, hij ontwikkelt zichzelf en hij onderhandelt zelf (is een proef niet goed verlopen: even met de docent praten. Is een werkstuk niet goedgekeurd: even een onderonsje met de leraar). En het verslag: dat schrijft een bovenbouwleerling lekker zelf! Geholpen wordt hij vooral bij het aftekenen van zijn werk.
“Vrijheid in gebondenheid”
Wat is er mooier dan vrijheid? Willen we dat niet allemaal? De leerlingen van het HML in ieder geval wel en die vrijheid hebben ze ook altijd gekregen én genomen. De gebondenheid die erachter staat, werd daarentegen nogal eens over het hoofd gezien.
Lange tijd lijkt het HML daardoor het adagium VRIJHEID in gebondenheid te hebben gehad. De leerling had de vrijheid om zelf het niveau te kiezen waarop hij wilde werken, en lessen….. “daar gaan we wel toe als we er écht zin in hebben”. Er was een grote vrijheid wat betreft het begin van de lessen: te laat melden was er niet bij. En wil je iets organiseren? ‘”Ga je gang.”
Maar er waait nu een andere wind!!! Orde moet er zijn! Aanwezigheid is verplicht! Eten en drinken? Niet in de klas en alleen in de pauze. Te laat……….. melden! Afwezig…………
e-mailbericht naar de ouders! Nissen? Weg ermee!
En keuzeuren? Helemaal geen keuze! Werken! Iedereen is verplicht aanwezig. Alle uitgangen gaan hermetisch op slot. Er gaat geen leerling meer uit. “Kinderen: ga zitten en werk!!!”
Is VRIJHEID in gebondenheid doorgeslagen naar vrijheid in GEBONDENHEID?
Montessori op de evenwichtsbalk: help hem het zelf te doen in vrijheid én gebondenheid.
Corrien van Ruijven
